Willaert D.

Het is me te kalm, het is me vanalles
en het is vooral wat ik niet denk.
Alles is goed want niets is wat ik wil
en waar houd ik mij mee bezig?
lk voel mezelf want ik ben niet wat ik voel
en ik draag beelden die 1 seconde veraf lijken.
lk voel zelfs niet dat ik het begrijp.
Laat me dan toch. Ie staat me in de weg.
Ben je het ook kwijt?
Breng ons toch op gedachten!
Is het nu juist?
D. Willaert

Schipbreuk:
Een wereld niet voor mij,
vol met plagerijen.
lk had graag gevochten
voor alles wat ik ben.
lk voel mij hier niet goed
en ik ken geen levensvreugde.
Geen oplossing voor dit
traumatisch dagelijks lot.
Geluk wordt mij ontnomen
en iedereen weet het goed.
Mijn miserie is een zaak
tot in de puntjes uitgekiend
zonder roer om aan te sturen.
D. Willaert

Corona, een naam als Fiona.
Ze strijkt neer door de lucht
en schaadt bij iedere zucht
die de geïnfecteerden slaken.
Het waait wel over
in de verkeerde context.
De wind is haar vriend,
de adem haar transport,
het lichaam haar heiligdom.
Een straf van God
onmiskenbaar.
U hebt niets verkeerd gedaan.
Maar laat U dat vooral niet geruststellen
want U dient op uw hoede te zijn.
Het venijn zit hem in de details,
respectloos, onbezonnen.
Meester in onheil
onbeschaamd in het gelaat.
Als het kriebelt moet je hoesten
en het is nog niet te laat
om te vroeg Victorie te kraaien.
O Corona, speelgoedsoldaat,
want de tijd weet met de mens geen raad,
bovennatuurlijk kattenkwaad

altijd paraat, verraad,

geen maat.

De oceaan van de liefde.
Het is niet nat en het is eigenlijk ook geen oceaan, het
is de oceaan van de liefde. Het wordt een oceaan
genoemd omdat het bijna eindeloos is, reusachtig en
onoverwinnelijk. Onderzoek je er een deel van dan
Ontgaat de rest ervan je en je zou het helemaal
moeten opdrinken om er door verzadigd te worden
maar dat is onmogelijk.
De sirenes zullen je trachten te misleiden en op alle
land sterf je.
Het is onoverwinnelijk maar zal jou ook niet
beheersen.
Ie moet enkel trachten de temperatuur ervan te
bepalen.
Willaert D.

Ergens daar ben jij

achter spiegels van wie je niet bent

en vind ik je terug

dan ben je er weer

en ben ik van jou en jij van mij.

Soms herken ik je

maar loop je weg,

een gemiste kans

en moet je misschien van iemand anders zijn.

Als ik mezelf kwijt ben

dan moet jij me vinden.

Waar ik je vinden zal

daar zul je zijn

en is het allemaal niet voor niets geweest.

Klinkers

Weemoed splintert van de daken

bij het dalen van de avondzon

maar Hij was verkeerd

Uiteindelijk

Klaargestoomd ondergoed

met pret

vlug wegge-ijverd

door zelfbedrog

als een steen geworpen

naar je onschuld.

Ontoezichtelijkheid

gedomineerd

door de faalangst

geherbergd

in waarheden

ongezuiverd.

Niemand geloofde

dat ik in je geloofde

en je besloot

hen te geloven.


Zij...

gelooft niet in vuur

als was het

..maar

om alleen te zijn.

Moet je.